|
Om tien over drie ’s nachts brandde er bij ons aan de Oosterwijzend geen lamp meer, de kinderen sliepen, de vaatwasser was klaar en toch stond de app van de slimme meter op 186 watt. Ik was opgestaan voor een glas water en keek uit gewoonte even op mijn telefoon. Dat getal liet me daarna niet meer los. Honderdzesentachtig watt, de hele nacht, het hele jaar door. Dus ging ik de volgende ochtend aan de keukentafel rekenen. Eén watt die altijd aanstaat, is bijna negen kilowattuur per jaar. Onze 186 watt kwam daarmee uit op ruim 1600 kilowattuur, ongeveer de helft van wat wij als gezin in totaal gebruiken. Voor iemand die net zonnepanelen op het schuurdak heeft laten leggen en trots is op elk groen balkje in die app, was dat een ongemakkelijke ontdekking. De bekende verdachtenIk begon waar iedereen begint. De tv echt uit in plaats van stand-by, de oude printer op zolder zonder stekker, de laders van de tablets uit het stopcontact. Het scheelde wat, maar onder de 160 watt kwam ik niet. Mijn buurman, die zijn hele werkzame leven monteur bij een kassenbouwer is geweest, haalde zijn schouders op toen ik het hem over de schutting vertelde. “Dan zit het niet in de stekkers die je ziet,” zei hij, “maar in wat vast is aangesloten.” Daar had hij een punt. Een vriezer, de mechanische ventilatie, de pomp van de vloerverwarming, allemaal dingen waar je nooit meer aan denkt omdat ze gewoon draaien. Groep voor groep metenZelf in de groepenkast rommelen doe ik niet, maar ik wilde wel weten waar ik moest zoeken. Ik belde Elektricien Wognum met de vraag of ze per groep konden meten wat er ’s nachts loopt. Op een natte dinsdagavond in september, de mist hing al laag boven de weilanden, stond de monteur in onze meterkast met een stroomtang. Dat ding klem je om een draad zonder iets los te halen. Hij nam groep voor groep de stroom op terwijl ik in de app meekeek. De meeste groepen deden nauwelijks iets. Twee sprongen er duidelijk uit. De eerste was de groep van de schuur. Daar bleek een vorstbeveiligingskabel om de waterleiding naar de buitenkraan te zitten, ooit aangelegd door de vorige bewoners en zonder thermostaat. Die kabel verwarmde dus ook in juli braaf een stuk koperen leiding. Ruim veertig watt, dag en nacht. De tweede was de badkamer, waar de elektrische handdoekradiator gewoon altijd aanstond omdat niemand wist dat er geen tijdklok op zat. Samen met een oude koelkast in de bijkeuken, die we eigenlijk alleen voor bier en verjaardagen gebruikten, verklaarde dat bijna honderd watt. Wat er veranderd isDe vorstkabel kreeg een thermostaat die pas inschakelt als het buiten bijna vriest, netjes aangesloten door de monteur. De handdoekradiator hangt nu aan een schakelaar met tijdklok en wordt ’s ochtends een uurtje warm. De bierkoelkast is naar de kringloop. Een week later stond de app om drie uur ’s nachts op 74 watt. Wat er nog over is, zijn de vriezer, de ventilatie, de router en de omvormer van de panelen, en daar heb ik vrede mee. Toen ik het verhaal bij het hek van de basisschool vertelde, bleek de helft van de ouders een getal in hun app te hebben waar ze nooit bij hadden stilgestaan. Mijn advies is daarom eenvoudig. Kijk eens midden in de nacht naar je basisverbruik. Ligt dat ruim boven de honderd watt, laat het dan per groep meten in plaats van op de stekkers uit de muur te trekken. Ik heb inmiddels twee buren het nummer van Elektricien Wognum gegeven, en een van hen vond zo een vergeten aquariumverwarming op zolder. |
Wat ons huis in Wognum 's nachts stiekem verbruikt
- Bedrijven
- Gepubliceerd door Duurzaam Vandaag








